Wajikra / Leviticus 1:1 – 5::26
Haftara / Tanachtekst : Jesjajahoe / Jesaja 43:21 – 44:23
Twee soorten ethiek
Max Weber (1864 – 1920) filosoof, econoom en jurist, was ook een grootheid in de sociologie. Grondlegger ervan zelfs. Meer dan een eeuw was zijn these dat de protestantse geestesgesteldheid en denkwijze cruciaal was voor de ontwikkeling van het kapitalisme onomstreden. Pas de laatste jaren opperen critici dat het wellicht toch anders zit. Wat daarentegen meer aandacht krijgt (althans voor zover ik weet) is het onderscheid dat Weber maakte tussen ‘Overtuigingsethiek’ en ‘Verantwoordingsethiek’.
Intenties
Bij ‘Overtuigingsethiek’ wordt vooral gekeken naar de intenties van degenen die handelen en naar de bedoelingen van beleid. Het is een ethiek die principes tot uitgangspunt neemt. En, wat steeds belangrijker wordt in onze tijd, de rol van het geweten wordt daardoor doorslaggevend: ‘Voelt een bepaalde politiek of een bepaald beleid goed; kan ik deze politiek en/of dit beleid met mijn geweten steunen?’ Dat is de vraag waardoor men zich bij ‘Overtuigingsethiek’ laat leiden. (Terzijde, de feiten doen er daardoor minder toe; al zou je denken dat dat niet zo is).
Uitkomsten
Bij ‘Verantwoordingsethiek’ wordt vooral gekeken naar de uitkomsten van handelen en van beleid. Heeft dit handelen of dit beleid opgeleverd wat het moest opleveren? Of niet. En zo ja, of zo nee, wie is er verantwoordelijk voor dit handelen en/of dit beleid? Wie kan of moet er ter verantwoording worden geroepen? (Terzijde, er is bij deze vorm van ethiek ook ruimte voor het in kaart brengen van onbedoelde uitkomsten. Die zijn er bijna altijd, want bij het vormen van beleid ziet men vaak fundamentele factoren over het hoofd).
Dronken bestuurder
Het verschil wordt onmiddellijk duidelijk bij het voorbeeld van een dronken persoon die iemand doodrijdt. Mensen die oordelen op basis van intenties zullen zich afvragen: Had de bestuurder (m/v) de intentie om iemand om het leven te brengen, of is zelfs de mogelijkheid dat dit zou kunnen gebeuren niet bij hem/haar opgekomen? Mensen die oordelen op basis van uitkomsten zullen zeggen: Ook al was de bestuurder (m/v) niets slechts van plan, wat telt is dat er door zijn/haar handelen iemand is gedood. Bij de eerste categorie kan het argument voor een milde bestraffing bijvoorbeeld zijn: De bestuurder (m/v) gaat zijn of haar leven geplaagd worden door schuldgevoel; dat is al erg genoeg. Bij de tweede categorie zal eerder spelen: Schuldgevoelens of niet, hij/zij moest weten wat het risico was van dronken achter het stuur kruipen, iemand doden is zeer ernstig, laat hem/haar daadwerkelijk boeten voor deze misdaad, dus veroordeel de dader wegens moord.
Offers met geur
Het Toragedeelte Wajikra gaat volledig over het brengen van offers. Wat heeft dat met de twee vormen van ethiek te maken? Op het eerste gezicht zou je zeggen: niets. Juist ook omdat de aanwijzingen voor het brengen van de offers heel specifiek, en nogal ‘raar’ en onbegrijpelijk (het bloed van het offer moet tegen het altaar gespat worden; hoezo, waarom?). Ik raak bij teksten zoals Wajikra ook vaak verstrikt in onbeantwoordbare vragen, zoals: ‘Wat heeft de Eeuwige eraan dat de rook van een offer aangenaam ruikt?’ De Eeuwige heeft immers geen ‘neus’, dus waarmee ‘ruikt’ de Eeuwige dat er van het brandoffer een lekker geur afkomt?
Orgaanvet
Bij dit soort intellectuele doodlopende stegen, meen ik de raderen in Gods niet bestaande hersenen te horen draaien. Dat brengt mij dan tot antwoorden als: J-H-W-H heeft misschien het volgende gedacht: ‘Laat ik organen verpakken in dikke lagen vast vet. Dat beschermt ze tegen schokken en schudden, en het orgaanvet kan dienen als opslag voor goede en voor giftige stoffen. Maar het eten ervan is ongezond voor mensen. Hoe kan Ik, Eeuwige, ervoor zorgen dat offeraars wel het gezonde vlees eten, maar het ongezonde orgaanvet laten staan? Oplossing: Ik laat ze het orgaanvet offeren; daar houden de offeraars ook nog een goed gevoel aan over, en het gevaar is geweken.’
Koe, geit, duif
Dit jaar bij de lezing van sidra Wajikra sloeg ik echter een heel andere weg in. Aan de hand van Max Weber. Steeds vertelt de tekst over de offers die moeten worden gebracht: stieren, koeien, schapen, geiten, tortelduifjes. Iedereen moet offeren. Welke status iemand ook heeft, welke functie in de maatschappij hij/zij ook vervuld, wat het vermogen of het gebrek eraan van de betreffende persoon ook is – iedereen moet te enigertijd een offer brengen. Want men moet de Eeuwige voor iets danken, of men moet weer geschikt worden voor het uitoefenen van een ritueel of men heeft een fout begaan en moet daarvoor vergiffenis proberen te bewerkstellingen. Vooral dat laatste is: Verantwoordingsethiek.
Fouten. Punt uit
Want er staat niet alleen dat je een offer moet brengen als je iets fout hebt gedaan, en je je daarvan bewust bent, maar ook als jouw fout bekend is geworden in de gemeenschap. Naar jouw al dan niet goede bedoelingen wordt niet gevraagd. De Toratekst verwijst er niet naar. Wat genoemd wordt is dat je een fout hebt begaan. Punt.
Overtuigingen kosten minder
Verantwoording afleggen heeft een prijs. Overtuigingsethiek kost veel minder. Als je gedreven bent door de opvatting dat rechten het allerbelangrijkste zijn: recht of demonstratie, recht op een goede woning, recht of vrijheid van meningsuiting, recht op gezondheidszorg, recht of vrede, recht op voedsel, recht of bescherming door de overheid, recht op geluk, recht op vrijwaring van agressie, recht of gelijke behandeling en zo voort en zo verder, dan maak je een protestbord, wikkel je jezelf in een pak beplakt met leuzen, hangt een kefijah om je nek, zet een keppeltje op, pakt een vlag, zoekt gelijkgezinden op en organiseert een demonstratie. Het is slechts zelden dat je voor het opkomen van rechten de bak indraait (tenzij je geweld hebt gebruikt bij het afdwingen ervan, en dan nog…) of je baan kwijtraakt of te maken krijgt met sociale verbanning.
Jammer: geen Tempel
Hoe anders is dat als je verantwoording aflegt. Het kan je je reputatie kosten. Of je baan. Het kan ertoe leiden dat familieleden, vrienden, kennis, buren niets meer met je te maken willen hebben, omdat ze niet gerelateerd willen zijn aan iemand die – voor iedereen zichtbare of te achterhalen – fouten heeft gemaakt. In Wajikra wordt de prijs voor fouten gegeven: een dier uit de kudde of uit het eigen bezit; een groot dier voor een aanzienlijk mens als een hogepriester, een duifje voor een arm mens. Wat een mooie instelling! Voor het eerst van mijn leven vind ik het echt jammer dat de Tempel in Jeruzalem niet meer bestaat en dat de bijbelse manier om handen en voeten te geven aan ‘Verantwoordingsethiek’ daardoor is weggevallen. Het is echt jammer!