Beresjiet / Genesis 37:1 – 40:23
Haftara / Profetenstuk Amos 2:6-3:8
Sof voorkomen
Mijn vader was vastbesloten zijn (eventuele) dochters mooie namen te geven. Want, zo zei hij, „mooie vrouwen hebben het beter in de wereld. Alleen, als vader heb ik er geen invloed op of mijn dochters mooi zullen zijn of niet. Waar ik wel invloed op heb is hun naam. Zijn ze lelijk een hebben ze ook een lelijke naam, dan is het helemaal sof.: Dus… mooie namen voor ons drieën.
Caramanée
Mij, zijn eerstgeborene, wilde hij Caramanée noemen. Ik heb nooit beter geweten of dat was de naam van een Turkse prinses. Dat is niet zo, maar er is een prinses in Brunei die een naam heeft die erop lijkt. En in het Soedanees en Javaans betekent Caramaneh ‘jouw weg’, oftewel Sinatra’s ‘You do it your way, I do it my way’. Hartstikke passend voor mij dus.
Maar, nee. Mijn moeder vond het een prachtige naam, maar was tegen en had een goed argument. „Het gaat afgekort worden tot ‘Neetje’,” en dat zag ze niet zitten. Het werd Tamarah. (Ik bespaar jullie de scheldnamen die dát heeft opgeleverd). Eerder Russisch dan Hebreeuws, maar wel getranscribeerd alsof het Hebreeuws is. Met mijn tweede naam vernoemde hij mij naar mijn vermoorde grootmoeder Sarah Duifje. Duifje is ‘Jonah’ in het Hebreeuws. Het werd: Moeder Jonah > Maionah.
Rabbijnen vonden het niks
De rabbijnen in Amstelveen vonden het niks, die naam ‘Tamar’. Maar mij is de vrouw die het heft in eigen hand neemt en zo het onrecht haar aangedaan aan de kaak stelt én tot iets goeds ombuigt, zeer dierbaar. Zo wordt de waarschijnlijk Kena’anietische Tamar tot de moeder van het joodse volk. Immers, van de twaalf stammen blijven alleen de stam Juda en de stam Benjamin over. Maar Benjamin wordt in een stammenstrijd zo gedecimeerd, dat zij opgaat in de stam Juda. We heten Jehoediem, Judeërs of Joden, naar hem.
Naar de hoeren
Juda speelt een belangrijke rol in het verhaal over Joseef, dat ik hier niet wil bespreken. Anders dan te zeggen, dat hij ervoor zorgt dat Juda voorkomt dat Joseef wordt gedood uit jaloezie, zoals de andere broers (met uitzondering van Re’oeween/Ruben) wensen te doen. Na deze episode wordt het verhaal verteld over Juda. Zijn vrouw sterft en na de rouwperiode reist hij af naar het Zuiden om schapen te gaan scheren. Hij laat zich in met een prostituee, die aan de kant van de weg zit. (Niks geen ‘tut, tut, tut, hoe kan Juda zoiets doen’ in Beresjiet/Genesis, het wordt gewoon verteld alsof slapen met een prostituee iets dat nou eenmaal gebeurt in een mannenleven. Verfrissend, vind ik, maar dat terzijde).
Een gewaagd plan
De prostituee is Tamar. Juda heeft verzuimt haar uit te huwelijken aan zijn derde zoon, uit angst dat ook die zoon zal sterven zoals zijn oudste zoon Er en zijn middelste zoon Onan (aan hem hebben we de term ‘onaneren’ te danken: zaad verspillen na/tijdens de bijslaap, zodat zwangerschap wordt voorkomen). Het gaat om een zwagerhuwelijk tussen Tamar en eerst Onan, en daarna Shela, opdat Er en Onan alsnog nakomelingen op hun naam krijgen. Hoewel ze dus met de dood zijn bestraft door de Eeuwige vanwege hun misstappen.
Geen herkenning
Vreemd, vind ik, dat Juda Tamar niet aan haar stem herkent. Ze is gesluierd, zodat haar identiteit letterlijk is verhuld. Maar ze heeft wel gesproken, want omdat Juda geen geld bij zich heeft, vraagt zij om zijn staf, zijn gordel en zijn zegelring als garantie dat hij later zal betalen – drie objecten van machtsuitoefening. Ik vind het ronduit bizar, dat hij aan een hem onbekende vrouw van ‘slechte zeden’ al zijn machtsmiddelen geeft, zonder nadere vragen te stellen, en kennelijk ook zonder spoor van argwaan. Is Juda daadwerkelijk zo vrouwvriendelijk? Het lijkt erop.
Wiens fout?
Als Tamar zwanger blijkt, wat haar bedoeling was, wordt dat opgemerkt door anderen. Ze wordt ‘verraden’ en voor Juda gebracht om het oordeel voor hoererij of overspel af te horen kondigen: steniging (‘dankzij’ internetfilmpjes over stenigingen in Iran weten we hoe dat eraan toe ging/gaat – het is gruwelijk). Maar dan… de staf, de gordel en de ring brengt Tamar als bewijs dat het Juda zelf is geweest die de seksuele transgressie heeft begaan. Immers, het is verboden voor een vader om met de schoondochter(s) het bed te delen. En haar niet uithuwelijke aan Shela was ook een overtreding van de goddelijke voorschriften.
Juda’s grootheid
Een van de mooiste passage uit de Tora vind ik de woorden die Juda spreekt over Tamar: „Zij is rechtvaardiger dan ik”. (In psalm 92 zingen we: ‘Tsadiek kaTamar’, rechtvaardig als Tamar). Hoeveel mannen zijn tot zoveel grootheid in staat? Tot zoveel zelfinzicht? Hoeveel mannen zouden in staat zijn geweest om de vrouw Tamar te zien voor wat zij werkelijk was en waar zij voor stond: een vrouw die na twintig jaar verbannen te zijn uit de omgeving van Juda (na Onans dood werd zij teruggestuurd naar haar vader), een plan bedenkt om Juda toch nakomelingen te geven. Ze moet tegen het einde van haar vruchtbare periode zijn geweest (en dus waarschijnlijk al jong meisje aan Er en Onan zijn uitgehuwlijkt). De risico’s waren groot, maar dankzij haar moed en slimheid is zij dé joodse moeder geworden. Niet Sara, niet Rivka, niet Lea, niet Rachel, maar zij: Tamar.
Ik had dolgraag Caramanée geheten. Maar te zijn vernoemd daar die twee vrouwen, Tamar en Sarah Duifje, is ook niet slecht.