Toracommentaar Tsav / Sjabbat hagadol
Wajikra / Leviticus 6:1-7 – 8:6
Haftara: Maleachi 3:4-24
Pesach voorschriften
Traditioneel worden op Sjabbat hagadol – de laatste Sjabbat vóór Pesach – de voorschriften voor Pesach nog eens breed uitgemeten. Door de rabbijn, in sjoel. De meesten zitten dan nog midden in de Pesach-schoonmaak en vragen zich af hoe het pre-Pesach slachtveld weer op orde is te krijgen, maar de voorbereiding voor Pesach en voor de seider is op Sjabbat even gestopt, dus dan kan men nog wel wat extra informatie gebruiken.
Derasjot
Wat de meeste niet-orthodoxe Joden niet weten, is dat de derasja (‘preek’) in de Sjachariet-dienst (ochtenddienst, alle stromingen) en in de Ma’ariv—dienst (avonddienst op vrijdagavond in de Reform sjoels) een nieuwerwets fenomeen is. In vroeger tijden gaf de rabbijn slechts twee keer per jaar een lange derasja: op Sjabbat hagadol en op Sjabbat Sjoewa, de Sjabbat tussen Rosj Hasjana (Joods Nieuwsjaar) en Jom Kippoer (Grote Verzoendag). Pas in de negentiende eeuw werd de derasja door de rabbijn in sjoel een vaste prik. En die moet helemaal niet lang zijn, zeven minuten is eigenlijk wel het maximum.
Tempelcomplex
Wat zouden mijn collegae maken van sidra Tsav? Vorige week al werden de offers in het boek Wajikra/Leviticus behandeld. En in Tsav gaat men daar lustig mee door. Het lijkt alsof het voornamelijk om een herhaling gaat ten aanzien van de offer-voorschriften. Op een animatie van de Tweede Tempel in Jeruzalem kun je zien hoe immens het complex was, met omheiningen voor de te slachten dieren en met ophangstangen voor de dieren die al waren geslacht. Bij de animatie die ik zag, waren geen mensen opgenomen. Daarzonder zag het er allemaal veel groter en leger uit dan het moet zijn geweest toen de Tempel nog bestond en er duizenden mannen en vrouwen in de verschillende gedeelten te vinden waren.
Verbod op bloed
Van wat er in de Tempel gebeurde kun je je een heel klein beetje een voorstelling maken in de katholieke kerk als de traditionele mis wordt opgedragen. Het dierenoffer is teruggebracht tot een wafeltje. Het wordt gegeten door degenen die aanwezig zijn en die dat willen. Waar het totaal afwijkt is bij het drinken van de wijn, die symbool staat (zegt de ene groep christenen), daadwerkelijk het ‘bloed’ is van Jezus (zegt de andere groep christenen). Het nuttigen/drinken van bloed is ten strengste verboden volgens de joodse wet. Daarom is het ook zo raar dat juist met Pesach antisemieten Joden ervan beschuldigden dat ze de matzes bereidden met bloed. Ik schreef ‘beschuldigden’, maar helaas… deze venijnige mythe wordt opnieuw via de sociale media verspreid. Naast verhalen over andere gruwelijkheden door mensen die met Jeffrey Epstein te maken hadden en door, jawel, het Israelische leger. Jan Bennink van Ongehoord Nederland maakt zich er aan schuldig en Thierry Baudet van Forum voor Democratie. De onvolprezen Wierd Duk kaart het aan in zijn laatste podcast, Het Land van Wierd Duk.
Nefesj
En dat allemaal vanwege die dierenoffers, waarover Tsav onder andere verteld. Wat helemaal de mist in gaat is het waarom van het insmeren en spatten met het bloed van de offerdieren. De hoornige hoeken van het altaar worden met dat bloed ingesmeerd. De voorwerpen in de Tempel worden ingewijd met het bloed van offerdieren. Bij de wijding van Aharon en zijn zonen tot priester wordt hun rechter oorlel, hun rechter duim en hun rechter grote teen met offerbloed ingesmeerd. (Blijkbaar staan oorlel, duim en teen als pars pro toto voor het gehele lichaam en wezen ervan). Waarom dat gedoe met dat bloed? Het enige idee erachter lijkt mij dat het bloed de nefesj, het levensbeginsel, van het dier bevat (en dus ook van de mens, maar dit terzijde). Niet het bloed is van cruciaal belang bij al dat offeren, maar de nefesj, het leven dat het bevat. Het altaar, de Tempelvoorwerpen en de priesters worden ‘levend’ gemaakt. Maar dat staat nergens in de Toratekst. Het wordt niet uitgelegd. De teksten in Wajikra gaat er kennelijk van uit dat dit vanzelfsprekend duidelijk is voor iedereen die erover leest.
Levenskracht
Dat wil zeggen, als ik gelijk heb met mijn these. Een aanwijzing dat het zo zit zou het drinken van de wijn als ‘het bloed van Jezus’ kunnen zijn. Als het geen daadwerkelijk bloed is in de zin van het goddelijke verbod op het eten of drinken ervan, dan wordt het misschien (ik ben geen Christen, dus ik moet het van mijn veronderstelling hebben), inderdaad gezien als ‘drager van de nefesj’, en voelen Christenen de levenskracht die ermee gemoeid is.
Projectie door aversie
Wat er dan in de geschiedenis (en helaas in de huidige tijd) is gebeurd, is dat de overtreding van het verbod op het eten en drinken is geprojecteerd op Joden, met alle afschuw die ermee is verbonden, terwijl de leven brengende functie zoals die actief was in de Tempel bij verzoening en inwijding ontzegd is aan Joden, maar ‘behouden’ voor Christenen. Nogmaals, het is een veronderstelling van mijn kant; ik ken geen artikelen, boeken of podcasts waarin dit zo wordt beschreven en/of onderschreven.
Chameets
Hoe het zij, over bloed hoeven Joden zich geen zorgen te maken. Wie een kosjere huishouding heeft, heeft nooit bloed in huis. En het hoeft dus ook niet opgeruimd te worden. Wat uit het huis moet worden verwijderd is chameets, alles wat gist bevat en/of is gerezen en/of zou kunnen rijzen. In vroeger jaren bracht het een tijdje onder bij mijn niet-joodse buren of de niet-joodse medewerkers van Mouwes, en haalde het dan na Pesach weer op. Ze vonden het prima.
Bevrijding
Het prettige van de Pesach-schoonmaak is dat het zo’n enorme klus is (of kan zijn), dat het even de zinnen verzet. Wat meer dan nodig is in deze tijd. Plus dat het op de een of andere manier handen en voeten geeft aan bevrijding – hét thema van Pesach.
Chag sameach Pesach, gewenst. Moge ieder die dit leest, en hun beminden, een jaar tegemoet gaan waarin opnieuw een stapje van grotere bevrijding wordt gezet.