Wajikra/Leviticus Leviticus 9:1 – 11:47
Haftara II Samuel hoofdstuk 6:1 -7:17 (Asjk); II Samuel 6:1-:19 (Sef)
Geen mol
Afgezien van de tragische en traumatische dood van Nadav en Awiehoe in het Heilige der Heilige, worden in deze sidra ook de dieren genoemd die we niet mogen eten. Het is, zoals vaker in Tanach, tegelijkertijd een begrijpelijke lijst en een onbegrijpelijke opsomming. Begrijpelijk: geen muis en geen mol. Onbegrijpelijk: geen struisvogel en geen trap (een grote vogel). Begrijpelijk: geen vleermuis en geen hagedis. Onbegrijpelijk: geen haas en geen kameel.
Bio-industrie
Sommige soorten worden expliciet genoemd als verboden, zoals valken, raven, havikken en reigers, van andere soorten wordt alleen vermeld dat men ze niet mag eten omdat ze op vier poten lopen. Met dien verstande dat als ze op vier goede poten lopen, zoals koeien, stieren, geiten ze wel voor consumptie zijn toegestaan. Of die goed-gehoefde dieren daar blij mee moeten zijn, is de vraag, want juist zij zijn slachtoffer van de bio-industrie. Een lot overigens waaraan de giraf is ontsnapt, want een giraf heeft weliswaar goede hoeven en herkauwt zijn voedsel, maar een giraf kosjer slachten is een beetje ingewikkeld.
Korban
Wat drijft de Eeuwige om dieren die verboden zijn om te eten bij naam te noemen? Zorg om het milieu van het Nabije Oosten? Zorg om het milieu in de hele wereld? Heeft de Eeuwige het ontstaan van de bio-industrie niet voorzien? Het verschil lijkt te zijn dat voor consumptie toegestane dieren daadwerkelijk ‘slachtoffer’ kunnen zijn. De dieren die wij mogen eten, worden geslacht en kunnen als offer onderdeel worden van een ritueel waarmee de relatie tussen mens en Alomtegenwoordige wordt bepaald. Het woord voor offer in het Hebreeuws is korban, een zelfstandig naamwoord van het werkwoord ‘naderbij brengen’.
Cadeautjes
Als door een nalatigheid, een overtreding, een misstap, of zelfs een misdrijf de relatie tussen de ene mens en de Eeuwige ‘afstandelijker’ is geworden, wordt een offer ter verzoening gebracht. Dat komt overeen met de neiging van mensen om cadeautjes te geven aan degenen van wie ze niet zeker zijn over de diepte van de vriendschap of van de liefde. Vandaar dat geliefden in het begin van hun relatie de cadeautjes aanslepen, terwijl dat minder wordt zodra de relatie stabieler wordt. (Het blijft natuurlijk leuk om lieve familieleden, vrienden, kennissen en zelfs buren te verrassen met giften of giftjes, diners, bloemen, zelf gebakken heerlijkheden en wat dies meer zij).
Alleen wat heilig kan zijn
Misschien vindt de Eeuwige een geplukte reiger op het altaar gewoon geen gezicht. En misschien blijft er van een klein uiltje niet bijzonder veel over als het van zijn veren is ontdaan. Maar dat laatste kan het niet zijn, want van duiven en tortels blijft ook maar een miserig restje over. Hoe het zij, de Eeuwige laat duidelijk weten wat we mogen eten, en wat we dus ook mogen offeren. Wat we als ‘heilige gave’ mogen gebruiken om de Altijdzijnde te vermurwen tot een welwillende houding.
Gegeten worden
Heilig, dat is waarom het in deze sidra en de eerdere sidrot gaat. Maar wat is dat? Heilig? Hoezo moeten Nadav en Awiehoe sterven als zij in het Heilige der Heilige komen? Hoezo worden zij door een vuur van de Eeuwige verteerd zoals een offer? Ze brengen „vreemd vuur” of, anders gezegd, een vuur dat niet is toegestaan, niet is voorgeschreven.
Gods kaken
De commentatoren zijn er niet uit of ze werkelijk als offer zijn aangezien door de Eeuwige, en dus ‘gegeten’ zijn geworden; want kennelijk is dat ook een aspect van heiligheid: dat je kunt worden gegeten. Of is de verklaring dat de beide zonen van Aharon dusdanige fouten hebben gemaakt, dat zij ervoor zijn gestraft met de dood? Dat laatste is wat de meeste commentatoren denken. Hoe het zij, de moraal van het verhaal zou kunnen zijn dat wij allen Nadav en Awiehoe zijn: af en toe door een vuur verteerd omdat de Eeuwige ons als ‘offer-hapje’ waardeert, en af en toe terecht gekomen tussen de straffende kaken van de Altijdzijnde. U mag zelf kiezen welke situatie u prefereert.