Sjemot/Exodus 21:19 – 24:18
Haftara: II Koningen 11:17 – 12:17
IQ lager dan 85
Tijdens de Tweede Wereldoorlog liet het Amerikaanse leger uitzoeken hoe laag het IQ van mensen kon zijn, waarop iemand nog iets kan leren. Dat bleek een IQ van 85 te zijn. Bij een lager IQ verdwijnt de leercapaciteit. Jordan Peterson, de Canadese psycholoog en leidsman van velen (mijn inziens volkomen terecht), bracht dat een paar jaar geleden naar voren tijdens een van zijn podcasts. De reden waarom hij deze informatie deelde was zijn grote zorg voor een deel van de bevolking. Want tien procent heeft een IQ lager dan 85. Dat betekent dat zij niet zelfredzaam zijn, en dat de maatschappij zich over hen moet ontfermen. Kom daar eens om in het Westen.
Als een hond en een raaf
De bezorgdheid van Peterson heeft indertijd veel indruk op mij gemaakt, want het zijn harde feiten waar iedere samenleving iets mee moet. In het Talmoedtraktaat Bava Batra 8a wordt een verhaal verteld over de uitwisseling van rabbi Jehoeda haNasi, degene die de Mondelinge Leer (Misjna) op schrift heeft gesteld in de tweede eeuw van de gebruikelijke jaartelling, en Rabbi Jonathan ben Amram. In de tekst wordt verteld dat Rabbi Jehoeda haNasi zijn voedselschuren opende tijdens jaren van droogte. „Hij zei: Degenen die de Tora machtig zijn, degenen die de Misjna machtig ijn, degenen die de Talmoed machtig zijn, degenen die de halacha machtig zijn, degenen die de aggada machtig zijn, mogen binnenkomen en ontvangen voedsel van mij, maar ongeletterden mogen niet naar binnen. Rabbi Jonathan ben Amram, die rabbi Jehoeda haNasi niet kende, drong toch naar voren en ging naar binnen en zei tegen hem: ‘Rabbi Jehoeda haNasi, ondersteun mij.’ Rabbi Jehoeda haNasi ei tegen hem: ‘Mijn zoon, heb je Tenach gelezen?’ Rabbi Jonathan ben Amram zei tegen hem, uit bescheidenheid: ‘Nee.’ Rabbi Jeoeda haNasi vroeg verder: ‘Heb je de Misjna bestudeerd?’ Opnieuw zei rabbi Jonathan ben Amram tegen hem: ‘Nee’. Daarna vroeg rabbi Jehoeda haNasi hem: ‘Op grond van welke verdienste zou ik jou moeten onderhouden?’ Rabbi Jonathan ben Amram zei tegen hem: ‘Onderhoud me zoals een hond en zoals een raaf, die voedsel gegeven wordt ook al hebben ze niets geleerd.’ Rabbi Jehoeda haNasi was ontroerd door diens woorden en voedde hem.”
Koop van de naaste
Mij ontroert om mijn beurt dit verhaal. Omdat het zo’n wijze les van zorg leert voor alle tijden. Dat brengt me op de sidra van deze week, Misjpatiem. Daarin gaat het uitgebreid over slavernij. Tegenwoordig beschouwt als een van de grootste zonden van de mensheid. Terecht, aangezien veel slaven het lot ondergingen en ondergaan (!) van dwangarbeiders. Niet dat de wereld zich veel aantrekt van de het lot van de moderne slaven (meer dan twintig miljoen, meer dan er ooit zijn geweest). Maar ik wil toch een iets andere invalshoek nemen bij de bespreking van de Misjpatiem-pesoekim (verzen) over slaven en slavinnen in de specifieke situatie waarover Sjemot spreekt. Namelijk dat iemand een naaste koopt, dus iemand uit het eigen volk. Die naaste heeft zich kennelijk in de schulden gestoken, of om wat voor manier ook een schuld opgebouwd, die hij niet kan terugbetalen. Hij verkoopt zich voor zes jaar. In het zevende jaar moet hij worden vrijgelaten (Sjemot 21:2).
Jongeren met schulden
Een paar jaar geleden verscheen er een krantenbericht, waarin werd gesteld dat de gemiddelde schuld van jongeren €15.000 bedraagt. Wie nu de cijfers van het Nederlands Jeugdinstituut (16 oktober 2025) doorvlooit komt erachter dat een onderzoek van Deloitte, de accountantsgrootmacht, heeft gevonden dat 47 procent van de 18- tot en met 24-jarigen consumptieve schulden hebben. De BKR kwam tot een andere conclusie: bijna 11 procent van de 18- tot en met 25-jarigen heeft een consumptief krediet (maar de BKR registreert niet alle leningen). Dat zijn volgens de BKR alleen al 179.000 jongvolwassenen.
Gezinnen in het rood
Dan zijn er nog de jongeren met een studieschuld: „Tussen 2011 en 2025 is het aantal personen met een studieschuld bijna verdubbels, van 754.000 naar 1,59 miljoen. Gemiddeld bedroeg de studieschuld in 2025 €18.000. Dat zijn de jongeren. Maar bij gezinnen met kinderen is het, in mijn ogen, ook drama. „In 2024 waren er 352.250 huishoudens met kinderen met geregistreerde problematische schulden. Dit is ongeveer 13 procent van de huishoudens met kinderen.” Problematische schulden zijn betalingsachterstanden die te lang aanhouden of te hoog oplopen. Zegt het NJI.
Niet zelfredzaam
Aan de ene kant is er dus de tien procent van de bevolking die niet vanzelfsprekend ‘zelfredzaam’ is (wat iedereen volgens de voormalige Rutte-regeringen moet zijn), en van wie je kunt verwachten dat velen onder hen schulden hebben, aan de andere kant zijn er de jongeren met een goed IQ of zelfs een IQ waarmee ze kunnen studeren, die vaak door leefstijl (maar ook door andere oorzaken) in de financiële problemen komen. De gezinnen met kinderen die een financiële strop om de nek hebben zijn een eigenstandige groep.
Verantwoordelijkheid bij iemand anders
Wat heeft de slavernij uit Sjemot daarmee te maken? Zou het geen oplossing kunnen zijn als voor iedereen met uitzichtloze financiële problemen de optie (!) zou bestaan zich voor zes jaar te ‘verkopen’. De ‘slavenhouder’ of ‘slavenhoudster’ zou dan de zorg overnemen: voor huisvesting, voedsel, kleding, gezondheidszorg, onderwijs etc. in ruil voor werk. Met een hele duidelijk eindtijd: na zes jaar is het Schluss. Dan is men weer vrij: vrij om te gaan en te staan waar men wil, vrij van schulden. Zou het niet kunnen dat dat een betere oplossing is dan wat er nu gebeurt: met talloze kleine, onzekere banen uit het financiële moeras proberen te komen, zonder de garantie dat daar ooit een einde aan komt?!
Hetzelfde en anders
Leo Mock z.l., mijn leraar en vriend, was van mening dat de slavernij zoals beschreven in Misjpatiem, niet veel verschilde met de loondienst uit onze tijd – qua werkverhoudingen. Helaas is hij er niet meer om hem te vragen wat de grote en kleine verschillen zijn.
Afranseling: oog kwijt
Natuurlijk moet niet onder het tapijt worden geschoven dat het in bijbelse tijden ook vreselijk mis kon gaan tussen de koper van een ‘Hebreeuwse naaste’ en de naaste zelf. Er wordt gesproken over het slaan van een slaaf of slavin tot de dood erop volgt. Die dood moet worden gewroken (Sjemot 21:20). Er is sprake van het dusdanis slaan van een slaaf of slavin dat hij of zij een oog kwijtraakt. Dan moeten ze worden vrijgelaten (Sjemot 21:26). Idem als een tand wordt uitgeslagen (Sjemot 21:27). In onze contreien is daar geen sprake meer van dit soort misstanden (al zijn er andere misstanden met arbeiders), maar in landen waar wel nog slaven worden verhandeld en gebruikt, komen dit soort toestanden wel voor.
Houden van
Hoe het zij, tenminste één specifieke pasoek (Sjemot 21:5) maakt het beeld nog ingewikkelder. „Maar als hij [de slaaf] zegt, echt zegt: ‘Ik houd van mijn heer, en van mijn vrouw en kinderen, en ik wens niet vrij weg te trekken, dan laat zijn heer hem nadertreden tot God en laat hij hem nadertreden tot de deur of tot de mezoeza (deurpost) en pint zijn heer zijn oor vast. Hij zal voor eeuwig zijn heer dienen.”
Relaties zijn gecompliceerd
‘Ahavti’ – ik houd van… het staat er echt. Er staat niet ‘Het komt mij beter uit om hier te blijven’, of ‘Ik weet niet of ik de vrijheid aan kan’, of ‘Ik weet dat ik niet in staat ben om helemaal zelf mijn leven in te richten’, nee… ‘ahavti’, ik houd van mijn heer. Het laat zien hoe gecompliceerd het leven kan zijn, en hoe gecompliceerd de verhoudingen tussen mensen. Zoals ook al bleek uit het Talmoedcitaat over rabbi Jehoeda haNasi en rabbi Jonathan ben Amram.
