Sjemot / Exodus 10:1 – 13:16
Haftara / Profetenstuk: Jirmiejahoe / Jeremija 46:13:28
Farao’s in Davos
Hoe vaak komt het voor dat een president van een belangrijk niet-joods land voor verzamelde wereldleiders (of mensen die zichzelf zo zien) een redevoering afsluit met een verwijzing naar de sidra van de week. Nooit! Maar het gebeurde deze week. Javier Milei is president van Argentinië sinds 2023. In 2024 baarde hij al opzien met een toespraak bij het World Economic Forum in het Zwitserse Davos. Vorig jaar eveneens. Dit jaar deed hij het opnieuw. Hij brak een lans voor het kapitalisme dat hij beschreef als efficiënt en rechtvaardig. Een opvatting die door ommunisten, maoisten en andere aanhangers van totalitaire systemen niet wordt onderschreven. En al helemaal niet door de organisatoren van het World Economic Forum, die eigenlijk niets liever willen dan het kapitalisme vervangen door een technocratie waarvoor zij de mannen en vrouwen uitkiezen, opleiden en sturen. Dus wat Milei zei was gewaagd.
Niet eens en passant waarschuwde hij zijn gehoor van globalistisch denkende politici, hoge ambtenaren, ondernemers, bankers en opiniemakers ervoor niet zo hardnekkig koppig te zijn als de Farao en de realiteit onder ogen te zien: kapitalisme brengt welvaart, en welvaart en rechtvaardigheid gaan hand in hand; ze horen bij elkaar.
Kettingzaag
Milei is bekend om de kettingzaag die hij in zijn campagne meenam als verwijzing naar de snoei waarmee hij de Argentijnse overheid en staatsfinanciën in het gareel wilde krijgen. Of het hem al is gelukt, is nog niet duidelijk, maar hij lijkt een eind op weg, met steun van de meerderheid van de Argentijnse bevolking.
Drie laatste plagen
Wat zei Milei (die ooit Jood wilde worden) nou in Davos over de sidra: „Wat ik jullie wil meegeven is een reflectie op het Toragedeelte van deze week. Parasja Bo beschrijft het moment dat Mozes de confrontatie aangaat met de Farao, het symbool van de onderdrukkende macht van de staat. Hij waarschuwt hem dat als hij het volk der Hebreeën niet vrij laat, de laatste drie plagen over Egypte zullen worden uitgestort.
Toen de Farao weigerde, kwam de plaag van de sprinkhanen, wat hongersnood betekende. Daarna kwam de plaag van de duisternis, wat verlies betekende van de helderheid bij het nemen van besluiten. Tenslotte de plaag van de dood van de eerstgeborenen, een illustratie van het lot van een samenleving die de vrijheid wegneemt, illutreer. De analogie met wat er vandaag de dag in het Westen gebeurt, is kristalhelder.”
Voor mij wel, ik hoop ook voor wie dit leest.
Grommende honden
De drie plagen: sprinkhanen, duisternis en de dood van de eerstgeborenen. Alles even gruwelijk. Maar voordat de vertelling over de laatste plaag losbarst, staat er nog een zeer opmerkelijk zinnetje. Het vers komt na vers 11:6: „En er zal een luid geschreeuw zijn in het land Mitsrajiem (Egypte), zoals er nog nooit was en nooit meer zal zijn…” (Wat overigens een allusie is aan de Zondvloed, die ook erger was dan er ooit was geweest en waarvan door de Eeuwige werd beloofd dat alles op aarde nooit meer op die manier zou vergaan). Vers 11:7 geeft het vervolg van 11:6: … en wat betreft de Bné Jisraël (nakomelingen van Ja’akov/Israel), geen hond zal zijn tong roeren naar een van hen, mens of kuddedier, opdat je weet dat de Eeuwige een verschil maakt tussen de Egyptenaren en de Israëlieten.”
Dat werkwoord ‘charats’ wordt ook vertaald met ‘[de tanden] zetten in’, grommen, splijten, scherpen [aan].
Goddelijke dieren
Het is overigens onduidelijk tegen wie Mosjé deze aankondiging doet. Maar laten we er maar van uitgaan dat het de Farao en zijn dienaren zijn. Tegelijkertijd, trouwens, met de aankondiging van de plaag van de eerstgeborenen. Niet alleen zijn eigen eerstgeborene zal sterven, ook die van de eenvoudige sjifcha, huismeid, al dan niet slavin, en van de gevangene in de kerker en iedereen daartussenin. Plus, de ‘eerstgeborenen’ van de Egyptische goden! Dus er lagen ook door heel Egypte dode katten, leeuwen, koeien, scarabeeën, krokodillen, jakhalzen, ibissen, stieren, havikken en valken. Allemaal ‘goden’, die werden getoond voor wat zij waren en zijn: sterfelijke dieren.
En ondertussen was er geen hond die zijn tanden ontblootte om te waarschuwen dat hij een Israëliet of een dier van een Israëliet te grazen zou gaan nemen. De Israëliet – niet erg geacht in de Egyptische maatschappij, want slaven. En tegenover de kuddedieren van de Israëlieten – schapen, geiten – stonden de Mitsriem op zijn minst ambivalent.
Bevrijding
In Bo wordt uitvoerig verteld over het Pesach-offer, de matzes en het vieren tot in eeuwigheid van het Pesachfeest. Teneinde ons de bevrijding uit slavernij te blijven herinneren. Is er een God die de mensheid meer heeft gebracht dan de Eeuwige, namelijk vrijheid voor ieder mens, of in ieder geval de belofte daarvan? Ik zou zeggen van niet.
Loskoping
Er is nog een ding waar ik op wil wijzen. Aan het einde van parasja Bo wordt verordoneerd dat de eerstgeborenen van de Bné Jisraël, zowel de zonen al de lammeren van de kudde aan God gewijd zijn, dat wil zeggen aan de Eeuwige toebehoren. De lammeren moeten als offer worden gebracht. En je zou kunnen zeggen, de menselijke eerstgeborenen ook. Maar dat wordt natuurlijk niet voltrokken; de eerstgeboren zonen worden losgekocht (de Hebreeuwse term is ‘pidjon nefesj’), en het geld daarvoor gaat uiteindelijk, in later tijden, naar de Tempel.
Evenwicht
Maar in het verhaal vormt het laatste gedeelte – over het toebehoren van de eerstgeborenen van het volk Israël aan de Eeuwige – een evenwicht met de dood van de eerstgeborenen van de Mitsriem door de tiende plaag. Wellicht is het niet meer dan een literair evenwicht, maar mij lijkt dat het ook een spiritueel evenwicht is. Hoewel de Bné Jisraël toen hun eerstgeborenen niet kwijtraakten, is in ieder geval het daadwerkelijke leven van de eerstgeborenen van het Joodse volk verbonden met de Eeuwige, niet als offer, maar wel als (‘losgekochte’) gift aan De Bevrijder van Israël en van eenieder die zijn eigen lot met Israël verbindt.