Sjemot/Exodus 13:17 – 17:16
Haftara/Profetenstuk: Richteren 4:4 – 5:31
Zonder slavernij?
Orson Welles (1915-1985), de indertijd wereldberoemde acteur en regisseur, stelde in de film Someone to love uit 1987 een brandende vraag. „Pas sinds tweehonderd jaar – we zijn duizenden jaren op deze planeet – vindt men slavernij verkeerd. Er werd nooit iets tegen slavernij ingebracht. In de hoogst ontwikkelde maatschappijen, in de nobelste samenlevingen zei niemand: ‘Het is verkeerd om een slaaf te hebben’. We moeten nog maar zien of een beschaving gebaseerd kan worden op gelijkheid.”
Veertig miljoen
We weten inmiddels het antwoord op Welles’ vraag: „Nee, dat kunnen we niet.” In een deel van de islamitische wereld en in Afrika zijn nog daadwerkelijk slaven, verkocht en gekocht op slavenmarkten en verhandeld door slavenhandelaren. Er zijn nu zelfs meer slaven – naar schatting tenminste veertig miljoen – dan er ooit in de geschiedenis zijn geweest. (Je hoort er de slavernij-activisten nooit over).
Verweggistan
Ook in de Westerse wereld maakt ieder van ons gebruik van slaven. Alleen, we hebben ze niet in huis, ze zijn niet werkzaam in onze tuinen, garages, landbouwvelden, koeienstallen, fabrieken, bij wegwerkzaamheden of bouwplaatsen. Ze werken en wonen duizenden kilometers ver weg, in Azië, Afrika en Zuid-Amerika. (En als er al arbeiders zijn die in Nederland gedwongen worden als slaven te wonen en werken, wordt dat uiteindelijk een schandaal, in geuren en kleuren verteld door de verder waardeloze media).
Afhankelijkheid
Onmiddellijk nadat de Bné Jisraël uit Mitsrajiem weg mochten, realiseerden de hovelingen van de Farao zich dat Egypte zonder zijn Israëlietische slaven in elkaar zal storten. „Toen de koning van Egypte werd verteld dat het volk was gevlucht, veranderden de Farao en zijn hovelingen van gedachten over het volk en zeiden: ‘Wat hebben we gedáán: Israel wegsturen en niet meer laten werken voor ons?’” (Sjemot/Exodus 14:5) Over de verknoping van de Israëlieten met Egypte hadden ze zich al eerder geuit, maar toen omgekeerd. Ze drongen er vlak vóór de plaag van de sprinkhanen bij de heerser van Mitsrajiem juist op aan om deze slaven te laten gaan. „Dan zeggen Farao’s dienaren tot hem: tot wanneer zal híj (TB: Mosjé) ons ten valstrik wezen? – zend die mannen heen en laten ze de Ene, hun God, dienen; weet u nóg niet dat Egypte verloren is?” (Sjemot 10:7)
Dictators nu
Maar de Farao luistert niet naar hen, de eerste keer niet, en de tweede keer evenmin, en de destructie die de Eeuwige aanricht in het Land van Benauwenis (vrijwel letterlijke vertaling van Mitsrajiem) gaat door. De Egyptische koning gedraagt zich zoals alle dictators, vroeger en vandaag: Kim Jong Un, Xi Jinping, Vladimir Poetin, Alexander Lukashenko, Teodoro Obian Nguea Mbasogo (Equatoriaal Guinea), Iham Aliyev (Azerbaijan), Serdar Berdimuhamedow (Turkmenistan), Nayib Bukele (El Salvador), Yoweri Museveni (Oeganda); Isaias Afwerki (Eritrea), Emomali Rahmon (Tajikistan), Daniel Ortega (Nicaragua), Miguel Diaz-Canel (Cuba), Paul Biya (Cameroen), Mohammed bin Salman (Saoedi Arabië). Sommigen van deze wreedaards zijn onbekend bij de meesten van ons.
Iran
In 2025 is de wereld er maar één despoot kwijtgeraakt: Bashar al-Assad, de zoon die zich net zo wreed ontpopte (750.000 doden kleeft aan zijn handen) als zijn vader Hafez al-Assad. En in 2026, dankzij Donald Trump, is er nog één van de troon gestoten: Nicolás Maduro. Laten we hopen dat de Amerikanen ook het dictatoriale regiem van de Iraanse ajatolla’s onder leiding van Ali Khamenei weet uit te schakelen. Er is sprake van 30.000 doden, vermoord door als zombies tekeergaande Revolutionaire Garde (hoogstwaarschijnlijk gedrogeerd). Bijna alle duizenden doden werden in de laatste week neergemaaid. Net zo veel als naar schatting 30.000 burgerdoden in Gaza in twee jaar oorlog. Terzijde: Geen demonstaties voor de Iraniërs die smachten naar vrijheid van onderdrukking, zoals twee jaar lang overal ter wereld voor de Palestijnen.
Niet genoeg graven?
Afhankelijk van de definitie zucht 40 tot 70 procent van de wereldbevolking onder authoritaire of dictatoriale regimes. Hen te bevrijden is geen sinecure. Vaak ook omdat ze zich niet kunnen voorstellen hoe het is om in vrijheid te leven; ze hebben er geen ervaring mee, geen herinnering aan. Een regime dat alles voor het zeggen heeft, geeft ook een zekere veiligheid. Getuige de Bné Jisraël, die nog maar net zijn ontsnapt en meteen beginnen te klagen tegen Mosjé: „Zij (de Bné Jisraël en degenen die met hen meetrokken) zeiden: ‘Waren er niet genoeg graven in Egypte, om ons naar de wildernis te brengen om er te sterven? Wat heb je gedaan door ons uit Egypte weg te voeren?’ ” (Sjemot 14:11).
Dood als vooruitzicht
Geef ze eens ongelijk. Ze staan aan de oever van de Rietzee (daar naartoe gedirigeerd op aanwijzingen van de Eeuwige) en zien de legers van de Farao aanstormen. Ze hebben geen schijn van kans om dit te overleven. Ze zijn uit Egypte weggetrokken met geheven, gebalde vuisten: ‘uitdagend’, zegt de tekst in Sjemot 14:8. Van die triomfantelijkheid is niets meer over. Ze voelen zich aan gevaar blootgesteld voor een idee – vrijheid van onderdrukking – dat wellicht hun ideaal helemaal niet was. „Is dit niet wat we jou zeiden in Egypte, zeggende: ‘Blijf van ons af, we zullen de Egyptenaren dienen, want het is beter voor ons om de Egyptenaren te dienen dan te sterven in de woestijn.”
Vertrouwen op God?
Zou u, in het vooruitzicht te worden afgeslacht door de soldaten van de Farao vertrouwen op Mosjé en Aharon? Zou u zich laten geruststellen door Mosjé: „Mosjé zei tegen het volk: ‘Vrees niet! Houdt stand – ziet uit naar de redding dieY-H-V-H vandaag zal bewerkstellingen voor u. Want de Egyptenaren die jullie vandaag zien, zullen jullie nooit meer – tot in eeuwigheid” – zien. Y-H-W-H zal voor jullie strijden. Jullie moeten stil zijn. ” Zou u er vertrouwen hebben dat de Eeuwige voor ontsnapping zou zorgen? Ik niet.
Wonderen
Die tweede bevrijding (de eerste bevrijding is de Uittocht uit Egypte zelf) komt er wel. De Rietzee splijt, zodat er een droge bodem ontstaat waarop de Israëlieten en de menigte die met hen meetrekt, naar de andere oever kunnen komen. Daarna sluit het water weer, waardoor het leger van de Farao met alles wat zij bij zich hebben, verdrinkt. Mosjé, de Bné Jisraël en Mirjam zingen het Lied van de Zee, en het volk trekt verder. Het blijft klagen, er is geen voedsel, er is geen water, we zullen sterven. Steeds is er een nieuw wonder dat een oplossing brengt.
Amalek
Maar daarna is er toch trauma. Het volk wordt aangevallen door Amalek en de zijnen bij Refidiem. Mosjé geeft Jehosjoea de opdracht om met troepen tegen Amalek te vechten (Sjemot 17:9). Jehosjoea slaagt: „En Jehosjoea overweldigde het volk van Amalek met het zwaard.” En dan volgt een van de meest raadselachtige verzen in Tanach: „Toen zei Y-H-W-H tot Mosjé: „Schrijf dit op een boekrol ter herinnering, en zet het vast in de oren van Jehosjoea: Ik zal de herinnering aan Amalek wegvagen van onder de hemelen’.” (Sjemot 14:14).
Copycats
Hoezo, de herinnering aan Amalek wegvagen? Dat is niet gebeurd. Al helemaal niet omdat ook waar is wat Mosjé over de strijd met Amalek heeft gezegd: „Y-H-W-H zal van generatie op generatie oorlog voeren tegen Amalek.” (Sjemot 17:16). Maar dat de herinnering aan Amalek uitgewist moet worden is, is een inzicht van jewelste. Door over de wreedheid van Amalek te vertellen en zo de herinnering in stand te houden, zullen er zogeheten copycats zijn, personen die leren van de gruweldaden van ‘Amalek’. Ze leren van de nazi’s, de communisten, de maoïsten, anarchisten, de Jacobijnen, IRA, de Ulster Volunteer Force, de ETA, Lichtend Pad, de genoemde dictators, PLO, Hezbollah, Hamas, Revolutionaire Garde, enz. enz. En vervolgens plegen ook zij die gruweldaden.
Nieuw gevaar
Strijden moet je, maar navertellen – hoe belangrijk dat ook is voor de slachtoffers en iedereen die met hen verbonden is/was – brengt zijn eigen gevaar met zich mee.